Op 18 augustus 1931 werd de sportvereniging ‘Stormvogels’ opgericht, voorloper van S.V. Spakenburg, de blauwen. Op 6 juni 1932 volgde de oprichting van de voetbalclub ‘Na Arbeid Sport’ (NAS), voorloper van V.V. IJsselmeervogels, de rooien. Daarmee waren de ingrediënten geschapen voor het uiterst boeiende en roemruchte verhaal van het Spakenburgse voetbal. Twee voetbalverenigingen in een relatief klein dorp die op hetzelfde hoge niveau spelen, is een uitzonderlijk verschijnsel, dat alleen te verklaren is door de grote betrokkenheid van een flink deel van de inwoners bij het voetbal. Die betrokkenheid deelt het dorp in twee kampen: je bent blauw, óf je bent rood.
Vanaf 1930 ontstonden er diverse voetbalclubjes die onderlinge wedstrijden organiseerden: Ajax , DVO, NAS, Noordster, SDO, SFC, Spakenburgse Boys, Stormvogels en Strandvogels. Uiteindelijk zijn er daarvan twee overgebleven. Stormvogels werd Windvogels (1937) en na fusie met de gymnastiekclub Lycurgus S.V. Spakenburg (SVS, 1947). NAS werd V.V. IJsselmeer (1936) en na fusie met Strandvogels V.V. IJsselmeervogels (VVIJV, 1937).
Stormvogels had zijn eerste speelveldje op een weiland bij de Bavinckschool aan de Westdijk, terwijl NAS op een stuk weiland bij de Nieuwe Schans speelde. De locatie van beide velden is bepalend geweest voor het ontstaan van de sportieve rivaliteit tussen de beide Spakenburgse dorpshelften: het blauwe westen tegen het rode oosten, waarbij de Bunschoter boeren zich meer tot blauw dan tot rood aangetrokken voelden.
Dit gegeven heeft er vervolgens voor gezorgd dat de blauwen de naam hadden wat bemiddelder te zijn en hun aanhang meer te betrekken uit B-gereformeerden (latere synodalen) en dat de rooien vooral een aanhang van A-gereformeerden (latere vrijgemaakten) hadden, omdat die in nu eenmaal in Schans, Hoek en Weikamp over een ruime meerderheid beschikten. De al honderd jaar bestaande tweedeling in de dorpsgemeenschap vond op die manier een voortzetting in de twee voetbalverenigingen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen alle voetbalclubs zich verplicht moesten aansluiten bij de door de Duitsers gecontroleerde Nationale Voetbal Bond (NVB), hebben beide clubs niet meegedaan met landelijke competities. Wel voetbalden ze tegen elkaar, waarbij de opbrengsten voor het verzet waren bestemd. Na de oorlog traden beide toe tot de 4e klasse van de KNVB competitie van zaterdagamateurs – want op zondag werd uiteraard niet gespeeld. Via de 3e klasse (1949/50) en de 2e klasse (1959) kwamen beide in 1970 terecht in de 1e klasse. Slechts één jaar (1949/50) speelden ze dus niet in dezelfde klasse. In 1996 zijn beide automatisch gepromoveerd naar de hoofdklasse (afdeling B) van de zaterdagcompetities.
De derby is in 2003 weer in ere hersteld en trekt duizenden toeschouwers, ook van ver buiten de dorpsgrenzen.
Op 25 juni 1932 speelden de twee clubs hun eerste derby: het begin van een kleurrijke traditie die tot vandaag duurt en elk jaar voor de nodige opwarming of oververhitting van de gemoederen zorgt. Deze jaarlijkse injectie van rivaliteit heeft het positieve gevolg gehad dat beide clubs elkaar nauwlettend in de smiezen houden en daardoor messcherp blijven. Ze kunnen in feite niet met elkaar en niet zonder elkaar.
Voor de KNVB was een uit de hand gelopen confrontatie geregeld aanleiding om beide clubs niet in dezelfde speelklasse tegen elkaar te laten uitkomen (1962-1972, 1973-1982, 1995-2002). Beide clubs hebben verder de stilzwijgende afspraak geen spelers bij elkaar weg te kapen.
Ten slotte gaat sinds 2007 een derby gepaard met een van hogerhand opgelegde ‘drooglegging’.
De speelvelden van beide clubs konden na de aanleg van de Afsluitdijk naar ingepolderde buitendijkse maatlanden worden verplaatst: blauw op de Westmaat (1935) en rood op de Oostmaat (1937). Rood verhuisde in 1968 ook naar de ruimere Westmaat, omdat er op de oude plek te weinig ruimte voor uitbreiding was. Dat beide clubs toen regelrechte buren werden, heeft de levendigheid van het voetbal alleen maar vergroot. Daarom mag het gelukkig genoemd worden dat plannen tot fusie van beide clubs in 1947, en opnieuw in 1964, niet doorgingen en dat een verhuizing van blauw naar het drie kilometer zuidelijker gelegen sportcomplex De Vinken in 1974 evenmin doorgang vond.