Het eerste woningbouwprogramma dat van de lokale overheid uitging, begon in 1910 op het rechthoekige terrein van een voormalige redoute van de Grebbelinie: de Nieuwe Schans. De versterking was vanaf 1874 in verval en werd in 1908 officieel opgeheven en aan de gemeente overgedragen. Deze bestemde het voor woningbouw. Tot 1930 werden hier 92 woningen gebouwd, die tot 1923 beheerd werden door ‘Het Nut der Gemeente’ en daarna door het gemeentelijk woningbedrijf. Vanaf 1950 konden de huurders de huizen voor een schappelijk bedrag kopen. De Nieuwe Schans is een unieke woonbuurt.
Bunschoten kende vanaf het midden van de 19e eeuw een bijzonder snelle bevolkingsgroei. Gezinnen van tien kinderen waren eerder regel dan uitzondering, zeker bij de Spakenburgse vissersbevolking. Van 1135 in 1850 steeg het inwonertal tot 2800 in 1900, 4000 in 1919, 5000 in 1932, 6000 in 1943, 7000 in 1950, 8000 in 1955, 9000 in 1962, 10.000 in 1966. In 1982 werd de 18.000ste inwoner verwelkomd. Tegenwoordig (2025) zijn er 22.500 inwoners, van wie 850 aan Eemdijk en 200 in Zevenhuizen.
In Spakenburg, waar de snel groeiende, maar over het algemeen landloze vissersbevolking woonde, werd huisvesting aan het eind van de 19e eeuw dan ook een nijpend probleem. De stegen langs de haven werden steeds dichter bebouwd. Elk stukje grond werd benut.
In Bunschoten en Zevenhuizen en aan Eemdijk was op de grotere boerenerven meer ruimte. Het hoogheemraadschap gaf op de dijken grond in recht van opstal uit voor woningbouw. De burgerlijke gemeente bemoeide zich niet met woningbouw en liet de oplossing van dit probleem aan de inwoners zelf over.
Vanaf 1870 werd een rij woningen langs de sluiskolk gebouwd (inmiddels weer gesloopt) en vanaf 1886 was er rond de Nieuwe Haven op de Havendijk en de Kerkemaat ruimte voor woningbouw. In 1890 stelde raadslid Willem van de Kolk zijn perceel aan de Weikamp voor woningbouw beschikbaar.
Met de komst van de woningwet (1901) werd huisvesting van de eigen inwoners door het gemeentebestuur pas actief ter hand genomen. De Nieuwe Schans was daarvan het gevolg (1915-1930), korte tijd later gevolgd door De Polstraat (1917). Daarmee was tot ongeveer 1930 de druk van de ketel. Vissers in beteren doen bouwden grotere huizen met kenmerkende gebroken kappen in Ongerweges aan de Huijgenlaan en de Julianastraat. Van 1930 tot 1945 bleef de woningbouw echter weer achter bij de bevolkingsgroei. Na de oorlog werd de woningnood in het kader van wederopbouw met nieuw kracht bestreden. Tot 1962 werd de meeste woningbouw nog binnen de grenzen van Oostsingel (1944) en Westsingel (1949) gerealiseerd: Bomenbuurt, Zeeheldenbuurt, Schildersbuurt, Prinsessenbuurt; in het zuiden de Polynormbuurt (1951).
Het eerste grote bouwplan was het zogenoemde Westplan, later Broerswetering II (1963). Tot 1972 kon hier de naoorlogse babyboom-generatie gehuisvest worden. Bij dit plan werd nog in zekere zin de richting van eeuwenoude landschapslijnen gevolgd, maar bij het volgende grote bouwplan, Bikkersvaart (1969), was dat in het geheel niet meer het geval. In dit bouwplan vestigden zich voor het eerst in groten getale niet-Bunschoters, die nog lang als ‘vreemden’ werden betiteld. Ze kwamen voor een flink deel uit Het Gooi en werden de Gooise overloop genoemd. Na Bikkersvaart volgde Blokhuiswetering (1972). Ondertussen werd de oude bebouwing langs de haven grondig gesaneerd, waarbij karakteristieke buurten verdwenen. Broerswetering I (1966) vulde de overgebleven ruimte tussen het oude dorp en de eerste grote nieuwbouwwijk. Een nieuwe westelijke rondweg (1969) zorgde voor de ontsluiting van deze uitgestrekte wooncomplexen. De jaartallen tussen haken hebben steeds betrekking op de vaststelling van het eerste bestemmingsplan. Aan de oostzijde werd een tweede ontsluitingsweg aangelegd: de oostelijke rondweg (1989), als toegang tot de woonwijken Koenraadswetering (1996) en Rengerswetering (2005; begin woningbouw in 2010). Eemdijkers kregen meer kansen om in hun dorpsgemeenschap te blijven wonen door bebouwing langs de Vaartweg (vanaf 1947) en het uitbreidingsplan Ringweg-Noord (1989).
Bunschoters houden ervan om in eigen huizen te wonen. Het aandeel huurwoningen is dan ook relatief gering. Vanaf 1923 bestond het gemeentelijk woningbedrijf. In 1997 is dit woningbedrijf verzelfstandigd.