In 1958 begon de echte groei van Polynorm. Het succes vertaalde zich in het aantrekken van de eerste gastarbeiders in 1963, de sterke uitbreiding van het aantal hallen vanaf 1965, de intrede op de aandelenmarkt (1984/87) en de toekenning van de Tros Aktua Export Prijs in 1987 .
In 1986 werd Flamco BV, waarmee al vanaf 1965 werd samengewerkt, overgenomen. In 1961 kwam de vrije zaterdag, en in 1975 de 40-urige werkweek. Polynorm was een sociaal bedrijf met veel extra voorzieningen voor de werknemers. Het bedrijf werd in 2001 overgenomen door de Oostenrijkse metaalgigant Voestalpine. Voestalpine Polynorm is met 900 werknemers nog altijd de grootste werkgever in Bunschoten.
Prefab Beton Vebo (Verenigde Bouwbedrijven) ontstond in 1956 uit een fusie van enkele kleine Spakenburgse aannemers. De productie van granieten aanrechtbladen was in het begin de hoofdwerkzaamheid. Vanaf 1966 werden betonnen bouwonderdelen, zgn. voorgespannen vuilwerklateien, in alle mogelijke vormen en soorten gemaakt. Onder de slagzin ‘Vebo de kopzorg, u de lateien’ is dit bedrijf op het gebied van prefabbeton in Nederland toonaangevend geworden. In 1971 vestigde het zich op het bedrijventerrein De Kronkels. Het bedrijf wil een echte Bunschoter firma zijn. Er werken nu ongeveer 300 werknemers. Bouwbedrijven in alle soorten en maten zorgen voor een flink stuk werkgelegenheid in Bunschoten.
Naast de oude nijverheid en industrie (vis, brood en bouwen) kwamen er vanaf de jaren 1970 ook andere takken van industrie en bovendien vormen van dienstverlening, gesticht door eigen bewoners of door overplaatsing van elders. Het in 1965 aan de Zuidwenk gestarte Heinen & Hopman Engineering, dat zich ontwikkelde tot de derde werkgever in de gemeente, is een vroege vertegenwoordiger van deze ontwikkeling. Er werken 210 mensen.
Deze bedrijven vestigden zich op speciale industrieterreinen De Kronkels en Haarbrug. De visverwerkende industrie en de vishandel werden geconcentreerd het terrein Zuidwenk. Daar zijn tegenwoordig ook de grote broodfabrieken van ‘t Stoepje te vinden.
Voor Bunschoten-Spakenburg betekende modernisering de overgang van het traditionele vissers- en boerenbestaan naar de moderne informatiemaatschappij. Dit vond vooral plaats in de periode van 1930 tot 1970, maar duurt in feite tot heden: de afbraak van het isolement en het opgaan in de grote wereld, het einde van de verschillen tussen arm en rijk, de opkomst van industrie en moderne handel en de komst van comfort in het huishouden: vaak heel gewone dingen, die op onopvallende manier grote veranderingen brachten. De Tweede Wereldoorlog, toen het niet veel uitmaakte of je arm of rijk was, deed sociale barrières verdwijnen. De ‘meidenmarkt’ in de Dorpsstraat, die floreerde van 1945 tot ongeveer 1960 zorgde ervoor dat de beide voormalige beroepsgroepen flink werden gemengd.
Elektriciteit verving vanaf 1918 olielampen, de waterleiding vanaf 1960 de pomp, en aardgas vanaf 1967 kolenkachels en kookfornuizen. Riolering verving open afvoeren, poepemmers en septic tanks. Er kwam een aansluiting op het telegraafnet (1887), het telefoonnet (1911; 1939 automatisch). De radio deed zijn intrede (1921), de televisie (1955) en het internet (1995).
Bunschoten maakt met al deze verworvenheden tegenwoordig in alle opzichten deel uit van de hem omringende wereld. Van het oude isolement is slechts de schaduw van kunstmatig in stand gehouden tradities overgebleven.