De viering van het 25-jarig bestaan van de Historische Vereniging ‘Bunscote’ in 2005 mag dan wel geen gebeurtenis van de eerste orde zijn geweest, zij was in ieder geval wel het bewijs van de grote verknochtheid van de bevolking aan dit stukje grond met al zijn uit het verleden overgeleverde bijzonderheden. Hoogtepunten van de zeer druk bezochte feestavond op 20 mei in de sporthal van IJsselmeervogels waren een indrukwekkende klederdrachtshow, humor en cabaret in dialect en deel 1 van ‘Ootjes jonge jaren’, een boek vol vertellingen over de ‘eeuw van mijn grootmoeder’, de tijd waarin in Bunschoten-Spakenburg verleden en heden, oud en nieuw naast elkaar bestonden.
Tegen 1900 kregen niet alleen dagjesmensen, die zich met Bunschoters lieten vereeuwigen op foto’s, maar ook onderwijzers die uit de eigen gelederen waren voortgekomen, oog voor het bijzondere van de lokale cultuur. De gebroeders Aart Blokhuis (1879-1946) en Gijsbert Blokhuis (1884-1955) maakten een eerste dialectwoordenlijst, waarvan later dankbaar gebruik is gemaakt bij het opstellen van het definitieve woordenboek. Meester Aort gaf ook boekjes uit over de Afscheiding en de Watersnood van 1916. Zijn schoonzoon Jan Koelewijn (Jan van Niera, 1905-1987), ook onderwijzer, staat met recht te boek als de eerste dorpshistoricus. Hij besefte dat de plaatselijke cultuur aan het verdwijnen was. In de jaren 1930 begon hij artikelen over de geschiedenis in de Bunschoter Bode te schrijven. In 1933 stond hij al stil bij het 550-jarig bestaan van Bunschoten als stad.
Vanaf 1975 is er nagedacht over de oprichting van een historische kring. Die kwam er uiteindelijk in 1980: de Historische Vereniging ‘Bunscote’. Meester Koelewijn werd in 1983 het eerste erelid. Deze vereniging, die als eerste doel heeft de belangstelling voor het eigen dorpsverleden te bevorderen, mag zich verheugen in een toenemende belangstelling en behoort met 1200 leden tot de grootste van haar soort in Nederland. Voor deze leden wordt het blad Bun Historiael gemaakt, zijn al heel wat boeken uitgegeven en worden tentoonstellingen en andere activiteiten gehouden.
De eerste maal dat de vereniging zich uitgebreid presenteerde, was bij de grootse viering van ‘Bunschoten 600 jaar stad’ in 1983. Toen kwam het standaardwerk ‘Van wee bin jie d’r één?’ uit, waarin de complete genealogie van Bunschoten van 1630 tot 1912 was opgenomen. Meer dan 5000 stuks zijn ervan verkocht.
De volgende mijlpaal was de publicatie in 1996 van een echt dialectwoordenboek, waarin de bijzondere woordenschat van het verdwijnende dialect werd vastgelegd. Dit boek was drie jaar eerder al vooraf gegaan door een dialectavond, de eerste in een succesvolle traditie.
Musea en monumenten maken het verleden het meest tastbaar. De zogeheten poppententoonstelling achter de Noorderkerk, in 1963 opgezet door vrouwen om voor de zending gelden bijeen te brengen, mag het eerste plaatselijke museum genoemd worden. Tegenwoordig is dit het Klederdracht- en Visserijmuseum, dat helemaal gerund wordt door vrijwilligers. In 1984 is het gemeentelijke Museum ‘t Vurhuus geopend, dat sinds 2008 Spakenburgs Museum ‘t Vurhuus heet (nu Museum Spakenburg). Museum De Visafslag is sinds 2000 het derde museum.
De meest opvallende monumenten in Bunschoten zijn de Nederlandse Hervormde Kerk, zuivelfabriek Eemlandia en boerderij-herberg Het Vergulde Lam in Bunschoten, en in Spakenburg de scheepswerf. Maar er zijn er meer. In 1984 is op de werf op traditionele wijze weer een botter gebouwd, de BU 210, die evenals andere botters, te huur is voor tochtjes over het randmeer.
Het groeiend bewustzijn van het eigen culturele verleden is niet alleen uit nostalgie ontstaan, maar wordt tegenwoordig ook doelbewust ingezet als artikel voor toeristen. In 1971 werd voor dat doel de eerste Spakenburgse Dag georganiseerd. Het verleden is handelswaar geworden. Het geeft de gemeenschap van Bunschoten, Spakenburg en Eemdijk niet alleen een ziel en een identiteit, maar ook een grote bekendheid. De fleurige klederdracht, vis en brood op de markt, blauw en rood in de derby. Vooral deze iconen hebben er voor gezorgd dat Bunschoten-Spakenburg in heel Nederland bekend is.