Zwarte tijd

Bevindelijkheid en conventikels

Bunschoten behoort tegenwoordig tot de religieuze gemeenschappen die als wat strenger worden gekarakteriseerd. Het is niet precies na te gaan wanneer dit is begonnen. In 1593 was daarvan nog geen sprake, terwijl het er in 1752 wel duidelijk was. Wellicht is het een combinatie van mennistisch gedachtegoed, mentaliteit van de toenmalige bevolking (bijgeloof, conservatisme), prediking van bepaalde predikanten en invloeden van buitenaf.

In 1752 werden er onder invloed van de beweging van de Nijkerkse beroeringen huissamenkomsten gehouden, conventikels. De beleving van het geloof met het gevoel stond hier centraal: de zogenoemde bevindelijkheid. De mystieke preken van de ‘oude schrijvers’ werden gelezen en mensen beleefden ‘bekeringen’, die ze op schrift stelden. Dit ging samen met verzet tegen de nieuwe tijdgeest van de Verlichting: oppositie tegen moderne preken (Bunschoters betoogden ooit tegen een verlichte predikant in Maartensdijk) en tegen de door de overheid ingevoerde gezangen (1806).

Predikanten en kerkenraad van Bunschoten traden aan de ene kant op tegen te zelfstandige uitingen van deze bevindelijkheid door de samenkomsten te verbieden, maar konden aan de andere kant ook niet te scherp zijn om het kerkvolk niet van zich te vervreemden. Bovendien waren de kerkenraadsleden zelf ook wat zwaar op de hand.

De Afscheiding van 1836

In de jaren vóór 1840 was het kerkelijk leven in Bunschoten rumoerig geweest. In 1836 hadden enkele gezinnen uit onvrede over de vrijzinniger wordende koers van de Hervormde Kerk zich onttrokken en een zelfstandige gereformeerde gemeente gesticht. Ze belegden kerkdiensten aan huis. Deze uittreding wordt de Afscheiding genoemd.

Ondanks de tegenwerking van predikant Johannes Marcelis Bredée en de inkwartiering van soldatenvolk (1836-1840) groeide de groep afgescheidenen gestaag. 

De opwekkingsbeweging van 1840 deed zich zowel bij hervormden als bij afgescheidenen voor. Maar de laatsten plukten er de vruchten van: zij groeiden in korte tijd fors en wel van 10% tot 30% van de bevolking.

Zwarte beweging

Frank Poort (1774-1825) en zijn zoon Jacobus waren de aanvoerders van de Bunschoter bevindelijken, die vanaf 1806 weer in conventikels bijeenkwamen. In hun gelederen ontstond het initiatief tot de Afscheiding (1836), maar ook tot de Zwarte beweging (1840). De jonge afgescheiden kerkenraad (2 ouderlingen en 2 diakenen) onder leiding van de onderwijzer Jacobus Beukers (1806-1849) zette de zwarten (30% van hun gelederen) echter uit de gemeente. Jarenlang bleef deze groep zelf samenkomsten houden, tot in de jaren 1870 de laatsten terugkeerden en hele gezinnen werden gedoopt. Jacobus Poort is nooit meer kerklid geworden.

Veel nakomelingen van voormalige zwarten zijn na 1895 in de christelijke gereformeerde kerk terecht gekomen.

Groei voor afgescheidenen

In 1841 bouwden de afgescheidenen hun eerste kerk aan de latere Kerkstraat. Het gebouw deed na de bouw van de Noorderkerk eerst dienst als schoolgebouw en vervolgens als vleesfabriek. In 1850 kregen zij hun eerste predikant. Ze namen sterk in aantal toe, omdat ze de hervormde kerk ‘leeg trouwden’ en meer kinderen kregen. In 1870 was ruim 60% van de bevolking lid van de afgescheiden gemeente (de meerderheid daarvan in Spakenburg) en bijna 40% van de hervormde kerk. De afgescheiden kerk telde in dat jaar 1 predikant, 4 ouderlingen, 4 diakenen en 800 leden. In 1865 en in 1867 kreeg deze kerk vanuit testamenten ook eigen landbezit: 12,4 ha.

13

Wil je ook lid worden van de Historische Vereniging Bunscote?