Nieuw gemeentehuis

Het uit 1914 stammende eerste gemeentehuis van Bunschoten werd al in 1930 aan de achterzijde uitgebreid en in 1959 vergroot door annexatie van de aangrenzende burgemeesterswoning. Later kwamen er nog noodlokalen. Deze groei van het raadhuis weerspiegelt de groei van het aantal gemeentelijke taken. Dit raadhuis deed dienst tot 1987.

Partijpolitiek

De Grondwet van 1917 gaf aan alle volwassenen (vanaf 1919 ook vrouwen) stemrecht. Vanaf dat moment werd het interessant om aan partijpolitiek te gaan doen, tot dan in Bunschoten onbekend. De gemeentepolitiek werd in ieder geval een stuk levendiger. Het woelige economische klimaat waarin de gemeente sinds de eeuwwisseling verkeerde zorgde op zich al voor voldoende stof tot debat.

Landelijk stemde 95% van de kiesgerechtigen op de Anti-Revolutionaire Partij. De plaatselijke AR-kiesvereniging probeerde nu via het blad Bunschoter Bode als spreekbuis op gemeentelijk vlak de geesten ook te verenigen. Maar dat is nooit gelukt.

Er bleven steeds allerlei belangengroeperingen actief: vissers, visventers en arbeiders. Van 1929 tot 1941 bestond de lokale Vrije Anti-Revolutionaire Partij als tegenpool.

Na de Tweede Wereldoorlog waren er alternatieve ARP-clubs en christelijke arbeiders. Van de laatste is de CAP overgebleven, eerst als belangrijkste oppositiepartij, en vanaf 1990 ook geregeld als collegepartij.

Belangrijkste doorbraak was de oprichting in 1950 van de plaatselijke GPV-kieskring, waardoor in 1953 het ARP-overwicht voorgoed werd gebroken. ARP (1980 CDA) en GPV (2001 met RPF in CU) ‘regeerden’ tot 2002 gezamenlijk, meestal in goede harmonie.

Mede als gevolg van de ‘Gooise overloop’ kwamen er in 1973 voor het eerst niet-confessionele gemeenteraadsleden (1973 in BU’80, 1978 in VVD, PvdA en D’66). Dit zorgde voor een heuse Bunschoter Kulturkampf met de openstelling van het zwembad op zondag als inzet, waarmee Bunschoten in 1976 de landelijke pers haalde. Het zwembad bleef overigens dicht (18 augustus 1976).

De invoering in 1998 van de zogeheten dualiteit (tussen raad en college; wethouders zijn sindsdien geen lid meer van de gemeenteraad) verhoogde de levendigheid van het politieke debat nog meer, maar kwam de bestuurskwaliteit niet altijd ten goede. 

In 2002 kwam de ‘fortuinistische’ Betaalbaar Bunschoten’ (BB) in de raad. Andere populistische clubs volgden, maar bleven niet, al is het bijbehorende gedachtengoed tamelijk breed verspreid.

De grote politieke onderwerpen hingen in feite allemaal samen met de modernisering van de dorpsgemeenschap: infrastructuur, nutsvoorzieningen, woningbouwprojecten, sanering van de oude dorpskernen, faciliteiten voor de werkgelegenheid en het moderne bedrijfsleven. Pas later kwam er ook aandacht voor maatschappelijk welzijn, cultuur, sport, toerisme, veiligheid en jeugd. Dan waren er altijd nog de financiën en natuurlijk de inrichting van het Spuiplein, een terugkerend onderwerp tot heden toe.

Grondgebied

De oorspronkelijke wijkindeling (A, B en C; in 1920 nog uitgebreid met D en E) werd in 1931 vervangen door officiële straatnamen. De bevolking werd vanaf 1938 in een systeem van persoonskaarten bijgehouden, en vanaf 1991 in een computerbestand.

Het grondgebied van de gemeente Bunschoten is in 1974 vergroot met het deel van de opgeheven gemeente Hoogland ten noorden van de Rijksweg, dat ongeveer overeenkwam met de vroegere gemeente Duist c.a. De landoppervlakte van de gemeente bedraagt sindsdien 30,5 km2.

Sinds 1969 participeert Bunschoten met zes omliggende gemeenten in het samenwerkingsverband van het Gewest Eemland, waarin de burgemeester de portefeuille ‘ruimte en wonen’ beheert.

32 Nieuw gemeentehuis

Wil je ook lid worden van de Historische Vereniging Bunscote?