Burgemeester Beukers

Gemeente Bunschoten

Vanaf 1814 was Bunschoten een gemeente in het Koninkrijk der Nederlanden. Het had toen ruim 800 inwoners. Aan het hoofd stond een burgemeester (tot 1826 nog schout geheten) en een gemeenteraad van 7 leden, van wie er 2 als assessoren de naaste helpers van de burgemeester waren. De raadsleden benoemd door de Provinciale Staten en de assessoren door de Commissaris van de Koning in Utrecht.

Door het wegvallen van gerechtelijke en notariële taken (1811) was het takenpakket van het gemeentebestuur behoorlijk ingekrompen. De burgemeester was daarom ook meteen secretaris. De eerste twee, Jacob Pruijs en Zeger Hoolwerf, hadden hun boerderij als hoofdbezigheid. Uit hun tijd zijn geen raadsnotulen bewaard gebleven.

In 1850 telde Bunschoten 1135 inwoners.

Gemeente Duist c.a.

Het gerecht Duist was van 1811 tot 1817 een deel van Bunschoten. Vervolgens was het onder de naam Duist c.a. (cum annexis: De Haar en Zevenhuizen) een zelfstandige gemeente. Het telde toen niet meer dan ongeveer 180 inwoners. De gemeenteraad vergaderde twee of drie keer per jaar. Vanaf 1829 is er geregeld gesproken over opheffing van deze gemeente. Er zijn zelfs plannen geweest om niet alleen Duist, maar ook Bunschoten bij Hoogland te voegen (1849). Uiteindelijk is in 1857 alleen Duist bij Hoogland ondergebracht. In 1850 waren er 220 inwoners.



Kadaster en wijkindeling

De gemeentegrenzen werden in 1822 officieel vastgelegd. De opmeting van alle afzonderlijke percelen was pas in 1832 gereed. Bunschoten had een oppervlakte van 2221 hectare en Duist van 987 hectare.

In 1850 kwam de eerste wijkindeling en huisnummering in Bunschoten. Er waren nog geen officiële straatnamen. Elke woning werd aangegeven met wijkletter (A voor Bunschoten, B voor Spakenburg en C voor Eemdijk) en een huisnummer. In dat jaar waren er in wijk A 68 huizen (410 bewoners), in wijk B 101 huizen (680 bewoners) en in wijk C 26 huizen (140 bewoners).

Gemeentepolitiek na 1851

Na de invoering van de Gemeentewet (1851) werden de raadsleden gekozen door de inwoners die de meeste belasting betaalden. In Bunschoten was dat slechts een handjevol rijke boeren. Zij maakten in feite tot 1920 volledig de dienst uit. De vissers in Spakenburg hadden nauwelijks inspraak en interesseerden zich dan ook niet voor politiek. De twee assessoren werden uit en door de raad gekozen en heetten voortaan wethouders.

De raadsvergaderingen hadden nog geen volle agendum. De zeer beroerde financiële situatie was onderwerp van beraad; verder de toestand van de wegen en de dijken, het openbaar onderwijs, de uitbreiding van de haven en allerlei verordeningen. Van sociale zorg was geen sprake. Wat betreft openbare orde en zeden werden op aanraden van de kerkenraden maatregelen genomen tegen de kermis (1859) en kroegen (1880). In 1911 werd het aantal raadsleden uitgebreid tot 11.

Wouterus Beukers (1819-1896) was als nieuwe burgemeester de juiste man om in dit tijdperk van schoorvoetend beginnende vernieuwing aan Bunschoten leiding te geven. Hij zat in verschillende polderbesturen en werd in 1877 lid van de Provinciale Staten. Elk jaar maakte hij een nauwgezet verslag. Voor zijn verdiensten werd hij benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Toen hij in 1896 overleed was hij de op één na langst zittende burgemeester van Nederland. Zijn opvolger was Leendert van Duijn (1862-1925). Omdat deze van buiten kwam, was hij de eerste burgemeester die een ambtswoning kreeg (Dorpsstraat 90).

14. Dr. G

Wil je ook lid worden van de Historische Vereniging Bunscote?